Mycotoxinen krijgen minder aandacht dan klassieke voedselveiligheidsrisico's zoals Salmonella of Listeria, maar ze vormen een reëel en groeiend probleem voor elk bedrijf dat met granen, oliehoudende zaden of afgeleide grondstoffen werkt. Deze giftige schimmelmetabolieten zijn onzichtbaar en smaakloos aanwezig in grondstoffen, diervoeder en eindproducten.

De Europese regelgeving errond is de voorbije jaren verder aangescherpt, en verschillende recente rapporten wijzen bovendien op een toenemend risico door de klimaatverandering. Tijd om stil te staan bij wat mycotoxinen zijn, welke regels er gelden, en hoe je dit risico structureel beheerst in je kwaliteitssysteem.

Wat zijn mycotoxinen en waarom vormen ze een risico?

Mycotoxinen zijn giftige stoffen die van nature worden geproduceerd door schimmels van de geslachten Aspergillus, Penicillium, Fusarium en Claviceps. Ze ontstaan als metabolieten op granen en gewassen, zowel op het veld als tijdens opslag, en zijn wereldwijd een van de meest voorkomende contaminanten in de voedsel- en voederketen.

 

De belangrijkste groepen

De belangrijkste mycotoxinen zijn:

  • aflatoxines,
  • ochratoxine A,
  • deoxynivalenol (DON),
  • zearalenon,
  • fumonisines,
  • T-2- en HT-2-toxines,
  • patuline,
  • ergotalkaloïden.

Ze komen vooral voor in maïs, tarwe en gerst, maar ook in andere granen, noten en gedroogd fruit.

 

Waarom mycotoxinen een lastig risico zijn

  • Hittebestendig: ze verdwijnen niet door koken, bakken of ander verwerken.
  • Onzichtbaar: ze zijn reuk- en smaakloos, waardoor besmetting zonder analyse niet op te merken is.
  • Schadelijk voor de gezondheid: de effecten variëren per mycotoxine, maar kunnen immuuntoxisch, carcinogeen of hormoonverstorend zijn (zoals zearalenon, dat oestrogene effecten kan hebben) en de nier- of leverfunctie aantasten (ochratoxine A, aflatoxines).
  • Kwetsbare groepen: jonge kinderen en zwangere vrouwen gelden als extra kwetsbaar.

Een biomonitoringstudie binnen het Europese HBM4EU-project wees uit dat ongeveer 14% van de volwassen Europese bevolking blootgesteld is aan DON-niveaus die de gezondheid kunnen schaden.

 

De EU-regelgeving: van Verordening 1881/2006 naar 2023/915 en recente aanscherpingen

Maximumgehalten in levensmiddelen

De maximumgehalten voor mycotoxinen in levensmiddelen lagen sinds 2006 vast in Verordening (EG) nr. 1881/2006. Sinds 25 mei 2023 is deze vervangen door Verordening (EU) 2023/915, die naast een algemeen ontgiftingsverbod ook de maximumgehalten bevat voor aflatoxines, ochratoxine A, DON, zearalenon, fumonisines en patuline. Deze basisverordening wordt regelmatig verder aangepast:

  • Verordening (EU) 2024/1022 verlaagde vanaf 1 juli 2024 de maximumgehalten voor DON in onder meer onbewerkte granen, maalproducten van granen en pasta, en voerde nieuwe limieten in voor onder meer maïs voor popcorn.
  • Verordening (EU) 2024/1038 voerde, op basis van EFSA-advies, vanaf 1 juli 2024 voor het eerst wettelijke maximumgehalten in voor de som van T-2- en HT-2-toxine in ruwe granen, graanproducten en bakkerijproducten. Voordien golden enkel indicatieve niveaus via Aanbeveling 2013/165/EU.

 

Diervoeders, bemonstering en analyse

  • Voor diervoeders gelden aparte, niet-bindende richtwaarden via Aanbeveling 2006/576/EG.
  • Bemonstering en analyse moeten gebeuren volgens vaste protocollen: Verordening (EG) nr. 401/2006 voor levensmiddelen en Verordening (EG) nr. 152/2009 voor diervoeders.
  • In België houdt het FAVV een eigen analyseprogramma en actielimieten voor mycotoxinen in levensmiddelen en diervoeders bij, dat regelmatig wordt bijgewerkt.

Ons artikel over het nieuwe KB over monsternames en analyses gaat dieper in op hoe die bemonsterings- en analyseregels in de praktijk worden toegepast.

 

Klimaatverandering vergroot het mycotoxinerisico in Europees geteelde granen

Wat de EEA-briefing verwacht

Een briefing van het Europees Milieuagentschap (EEA) van maart 2025 over mycotoxineblootstelling in een veranderend Europees klimaat stelt dat klimaatverandering het gedrag en de verspreiding van schimmels wijzigt, wat de blootstelling aan mycotoxinen kan doen toenemen. Europa warmt sinds de jaren 1980 ongeveer twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. De verwachte evoluties volgens de briefing:

  • Bij +2°C: modellering door Battilani et al. (2012) voorspelt dat de aflatoxinebesmetting van maïs verder toeneemt, vooral in Zuid-Europa (Spanje, Italië, de Balkan).
  • Bij +5°C: het risico in het zuiden zou kunnen afnemen door extreme hitte, maar zich wel geografisch verder naar noordelijkere Europese landen verspreiden.
  • Middellange termijn (2021-2050): EFSA verwacht een matige impact op het DON- en zearalenonrisico, en een groeiende aanwezigheid van de schimmel Fusarium graminearum in Centraal- en Noord-Europa.

 

Ook diervoeder staat onder druk

Deze evoluties raken niet enkel menselijke voeding: ook diervoeder staat bloot aan een toenemend mycotoxinerisico, met mogelijke gevolgen voor diergezondheid en, via de voedselketen, voor de eindconsument. Ons artikel over de toenemende veiligheidsinbreuken in diervoeders beschrijft die bredere kwetsbaarheid van de diervoederketen.

Belangrijk om mee te geven: het gaat hier om verwachte, modelmatige evoluties op basis van klimaatscenario's, niet om vaststaande feiten. De precieze impact blijft volgens EFSA moeilijk te voorspellen door de complexe wisselwerking van meerdere factoren.

 

Hoe pak je mycotoxinerisico's praktisch aan in je kwaliteitssysteem?

De meeste voedings- en diervoederbedrijven hebben geen mycoloog in dienst, maar dat is ook niet nodig. Wat wel helpt, is mycotoxinerisico structureel opnemen in je bestaande risicobeheer.

 

Bij inkoop en controle

  • Neem mycotoxinen mee als vast aandachtspunt in je risicoanalyse en HACCP-plan.
  • Vraag bij grondstoffenleveranciers (granen, oliehoudende zaden, perskoeken) actuele analysecertificaten op.
  • Bouw een steekproefsgewijs staalname- en analyseprogramma uit voor binnenkomende grondstoffen, met een hogere controlefrequentie bij oogsten of regio's met een verhoogd risicoprofiel.

 

Bij opslag en opvolging

  • Zorg voor droge, goed geventileerde opslag: dat beperkt schimmelgroei na de oogst.
  • Roteer voorraden tijdig, zodat je het risico op langdurige blootstelling aan vochtige omstandigheden verkleint.
  • Gebruik voorspellende modellen en vroegtijdige waarschuwingssystemen, zoals ontwikkeld door onderzoeksinstellingen als Wageningen Food Safety Research, om het mycotoxinerisico per oogst of regio in te schatten.
  • Herbekijk je specificaties en controleprogramma minstens jaarlijks, omdat zowel de Europese regelgeving als het onderliggende klimaatrisico blijven evolueren.

Twijfel je of jouw grondstoffen- of diervoederdossier voldoende is afgestemd op de geldende mycotoxinelimieten?

Handen met een handvol graan, grondstof voor voeding en diervoeder

Hoe kunnen
we jou helpen?

AM Norman