Glutenvrij op het etiket: welke regels gelden er voor voedingsbedrijven?
Steeds meer consumenten kiezen bewust voor glutenvrije producten, uit medische noodzaak of uit voorkeur. Wie als voedingsbedrijf "glutenvrij" op het etiket zet, moet echter aan strikte Europese regels voldoen. In dit artikel zetten we de wettelijke drempels, de allergenenwetgeving en de praktische aanpak voor jou op een rij.
Gluten als allergeen: de wettelijke basis
Glutenbevattende granen, namelijk tarwe (zoals spelt en khorasantarwe), rogge, gerst, haver en hun hybride variëteiten, staan in bijlage II van Verordening (EU) nr. 1169/2011 bij de stoffen die allergieën of intoleranties veroorzaken. Dat betekent dat je ze verplicht moet vermelden op het etiket (artikel 9, lid 1, c).
Volgens artikel 21 van dezelfde verordening moet je het allergeen in de ingrediëntenlijst duidelijk laten opvallen, bijvoorbeeld via lettertype, stijl of achtergrondkleur. Vermeld daarbij de specifieke graansoort, zoals "tarwebloem" of "gerstemout", en niet enkel "gluten". Ook voor niet-voorverpakte levensmiddelen, zoals in de horeca, bakkerij of catering, moet allergeneninformatie beschikbaar zijn (artikel 44). Hoe dat concreet moet gebeuren, wordt verder op nationaal niveau geregeld.
"Glutenvrij" en "zeer laag glutengehalte": de drempels
Vermeldingen over de afwezigheid of verminderde aanwezigheid van gluten zijn vrijwillig, maar als je ze gebruikt, gelden de voorwaarden van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014:
- "Glutenvrij" mag je enkel gebruiken als het levensmiddel, zoals het aan de eindconsument wordt verkocht, maximaal 20 mg gluten per kg bevat.
- "Zeer laag glutengehalte" is voorbehouden aan levensmiddelen met één of meer ingrediënten uit tarwe, rogge, gerst, haver of hun hybriden die speciaal zijn verwerkt om het glutengehalte te verlagen, met maximaal 100 mg gluten per kg in het eindproduct.
- Haver in een product met een van deze vermeldingen moet speciaal geproduceerd, bereid en/of verwerkt zijn om contaminatie met tarwe, rogge, gerst of hun hybriden te vermijden, en mag zelf maximaal 20 mg gluten per kg bevatten.
Glutenvrije haver: toch benadrukken in de ingrediëntenlijst. In de praktijk zien we hier nog vaak fouten tegen. Ook wanneer een product met haver voldoet aan Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014 en de vermelding "glutenvrij" of "zeer laag glutengehalte" draagt, moet de haver nog steeds vermeld en benadrukt worden in de ingrediëntenlijst, overeenkomstig de artikelen 9 en 21 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Dat staat zo in de mededeling van de Commissie over de verstrekking van informatie over stoffen of producten die allergieën of intoleranties veroorzaken (2017/C 428/01).
Andere formuleringen die hetzelfde suggereren, zijn niet toegestaan. De verordening laat wel aanvullende vermeldingen toe, zoals "geschikt voor mensen met een glutenintolerantie". Laat je etiketten daarom altijd nakijken via een grondige etiketcontrole.
Van claim naar bewijs: kruiscontaminatie beheersen
Een claim "glutenvrij" moet je kunnen onderbouwen. Sinds Verordening (EU) 2021/382 bevat bijlage II van Verordening (EG) nr. 852/2004 expliciete eisen rond allergenenbeheer, onder meer voor apparatuur, transportmiddelen en recipiënten die in contact komen met allergenen. Daarnaast verwachten ook certificatiestandaarden zoals BRCGS Food Safety en IFS Food een gedocumenteerd allergenenbeheersplan.
In de praktijk steunt een betrouwbare glutenvrije claim op:
- een risicoanalyse van grondstoffen, leveranciers en productieprocessen;
- duidelijke specificaties en garanties van leveranciers, zeker voor haver en zetmeelderivaten;
- fysieke of tijdsgebonden scheiding van glutenhoudende en glutenvrije productie;
- gevalideerde en geverifieerde reinigingsprocedures;
- een onderbouwd analyseplan bij een geaccrediteerd labo, met een methode die geschikt is voor de glutendrempel van 20 mg/kg;
- opleiding van medewerkers, als onderdeel van een sterke voedselveiligheidscultuur.
Let ook op de combinatie met voorzorgsetikettering: een product dat je als "glutenvrij" verkoopt, en tegelijk een vermelding "kan sporen van gluten bevatten" draagt, stuurt een tegenstrijdige boodschap naar de consument. Meer weten over een doordachte aanpak? Ontdek hoe we je helpen met allergenenmanagement.
Het Crossed Grain-keurmerk
Veel glutenvrije producten dragen een symbool van een doorgestreepte korenaar. Let wel: niet elk symbool met een doorgestreepte korenaar is het officiële keurmerk. In de praktijk zie je ook varianten die gewoon de claim "glutenvrij" in beeld brengen. Het officiële Crossed Grain-keurmerk is geen wettelijk verplicht logo, maar een geregistreerd merk dat via licentie van de nationale coeliakievereniging, verbonden aan de Europese koepel AOECS, gebruikt wordt. Wie het wil voeren, moet aan de eisen van dat licentieschema voldoen, bovenop de wettelijke drempels van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014.
Praktische checklist voor jouw glutenvrije claim
- Controleer of de formulering op het etiket exact overeenstemt met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014.
- Zorg dat glutenbevattende granen correct en opvallend in de ingrediëntenlijst staan.
- Benadruk haver in de ingrediëntenlijst, ook als het product als "glutenvrij" wordt verkocht.
- Leg je allergenenrisicoanalyse, reinigingsvalidatie en analyseresultaten vast in je voedselveiligheidssysteem.
- Herbekijk je claim bij elke wijziging van grondstof, leverancier of productielijn.