De stof steviolglycosiden, beter gekend als stevia, is een intensieve zoetstof die ongeveer 200 tot 300 keer zoeter is dan suiker. Sinds 2011 mag dit in de Europese Unie worden gebruikt als toevoeging aan voedingsmiddelen. 

Onlangs volgden er enkele wijzigingen omtrent het gebruik van steviolglycosiden als additief (E 960) in voedingsmiddelen.

De stof steviolglycosiden, beter gekend als stevia, is een intensieve zoetstof die ongeveer 200 tot 300 keer zoeter is dan suiker. Sinds 2011 mag dit in de Europese Unie worden gebruikt als toevoeging aan voedingsmiddelen. 

Onlangs volgden er enkele wijzigingen omtrent het gebruik van steviolglycosiden als additief (E 960) in voedingsmiddelen

Verordening (EU) 2021/1156 bracht wijzigingen aan in bijlage II bij Verordening (EG) 1333/2008 en in de bijlage bij Verordening (EU) 231/2012.

 

De zoetstof werd namelijk opgedeeld in twee afzonderlijke types:

  • E 960a of steviolglycosiden uit stevia
  • E 960c of enzymatisch geproduceerde steviolglycosiden

 

waarom was er nood aan een wijziging?

Deze wijziging kwam er na een verzoek aan de Europese Commissie om de specificaties voor steviolglycosiden te wijzigen. Zodat er naast de klassieke waterige extractie uit de bladeren van Stevia rebaudiana Bertoni en herkristallisatie er ook een recentere productiemethode voor rebaudioside M in op te nemen, namelijk een meerstaps enzymatisch proces.

 

Dat proces omvat de bioconversie van gezuiverd steviabladextract (≥ 95 % steviolglycosiden) door middel van enzymatische inwerking in meerdere stappen om rebaudioside M te verkrijgen. Daarna volgen een reeks zuiverings- en isolatiestappen om uiteindelijk rebaudioside M (≥ 95 %) te produceren. 

 

Evaluatie door EFSA, het Europese Voedselveiligheidsagentschap,

wees uit dat dit verwerkingsproces tot andere onzuiverheden leidt dan het klassieke productieproces. Hieruit volgde de nood aan en vraag tot aparte specificaties. 

 

toepassing nieuwe etikettering 

In voedingssupplementen kunnen beide types worden gebruikt. Men maakt ook geen verschil tussen de maximale limieten voor E960a en E960c in voedingssupplementen. 

 

In de ingrediëntenlijst op het etiket vermeld je deze types als volgt:

  • ‘zoetstof: E 960a’ of ‘zoetstof: steviolglycosiden uit Stevia’
  • ‘zoetstof: E 960c’ of ‘zoetstof: enzymatisch geproduceerde steviolglycosiden’

 

Voor de zoetstof E 960c werden intussen al nieuwe specificaties opgesteld, maar nog niet gepubliceerd. Dit luidt als volgt: ‘voor rebaudioside M, D en AM, geproduceerd door enzymatische conversie van gezuiverd rebaudioside A of steviabladextract stevioside’. 

 

De nieuwe zoetstoffen krijgen respectievelijk de additievennummers E 960c(II), E 960c(III) en E 960c(IV). Dit heeft echter geen gevolgen voor de etikettering aangezien deze zoetstoffen ook kunnen worden aangeduid met E 960c, zonder vermelding van type (II), (III) of (IV).

 

inwerkingtreding nieuwe etikettering

De Verordening voorziet een overgangsperiode. Het additief ‘E 960 steviolglycosiden’ en de levensmiddelen die het bevat, die tot 3 februari 2023 (d.w.z. tot 18 maanden na de inwerkingtreding van de Verordening) geëtiketteerd of in de handel gebracht zijn, mogen worden verhandeld tot uitputting van de voorraad.

 

am norman helpt jou graag verder

Onze Normanisten zijn gespecialiseerd in het implementeren van etiketteringswijzigingen en vormen de ideale partner bij het opstellen van conforme etiketgegevens. Contacteer ons hier.

 

Bronvermelding: Be-Sup

  • am norman LABELLING

op de hoogte
blijven van het 
laatste nieuws?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief!

AM Norman