Nieuwe BRCGS-eisen voor opslag en distributie
Vanaf 10 augustus 2026 gelden nieuwe BRCGS-eisen voor opslag en distributie, gepubliceerd in SD404 versie 8.1. Ontdek wat er verandert voor jouw locatie en hoe je je BRCGS-audit tijdig voorbereidt.
Wat verandert er voor logistieke bedrijven in de voedsel- en productketen?
Werk je bij een bedrijf dat levensmiddelen, verpakkingen of consumentenproducten opslaat, overslaat of vervoert? En is jouw locatie gecertificeerd volgens de BRCGS Global Standard for Storage and Distribution, Issue 4? Dan gelden vanaf 10 augustus 2026 aanvullende eisen voor je volgende BRCGS-audit.
De veranderingen zijn gepubliceerd in SD404: Position Statements for Issue 4, versie 8.1, eind mei 2026 uitgebracht door BRCGS. Dit document bundelt twintig position statements: elf oudere, nog steeds geldige verduidelijkingen en negen nieuwe of aangepaste statements die vanaf 10 augustus 2026 in werking treden. Een position statement is geen vrijblijvende toelichting: zodra de ingangsdatum is bereikt, is ze bindend, op dezelfde manier als een clausule uit de standaard zelf. Auditors beoordelen de nieuwe eisen dus bij alle relevante audits die vanaf 10 augustus 2026 plaatsvinden.
Waarom verandert de standaard?
BRCGS heeft de eisen voor opslag en distributie aangepast om ze te laten aansluiten op de GFSI Benchmarking Requirements 2024. GFSI is een internationaal initiatief dat eisen stelt aan erkende voedselveiligheidsstandaarden.
De bestaande BRCGS-standaard wordt niet volledig vervangen. Wel worden verschillende onderdelen verduidelijkt en aangescherpt. De nadruk komt nog sterker te liggen op drie vragen:
- Werken procedures ook echt in de praktijk?
- Hebben medewerkers voldoende kennis om hun verantwoordelijkheden uit te voeren?
- Kan het bedrijf aantonen dat risico's in de hele logistieke keten worden beheerst?
1. Medewerkers moeten weten wat hun verantwoordelijkheid is
Het is niet meer voldoende dat taken en instructies ergens op papier staan. Medewerkers moeten begrijpen wat hun verantwoordelijkheden zijn en relevante procedures kunnen raadplegen.
Dit geldt niet alleen voor vaste medewerkers, maar ook voor:
- tijdelijke medewerkers;
- uitzendkrachten;
- ingehuurd personeel.
Tijdens een audit kan een auditor medewerkers op de werkvloer vragen stellen. Bijvoorbeeld over temperatuurafwijkingen, beschadigde producten, allergenen, reiniging of traceerbaarheid.
Het bedrijf moet kunnen aantonen dat medewerkers niet alleen een training hebben gevolgd, maar ook weten hoe ze in de praktijk moeten handelen.
2. Basisvoorwaarden moeten zichtbaar onderdeel zijn van HACCP of HARA
BRCGS stelt duidelijker dat de basisvoorwaarden voor veilig werken aanwezig moeten zijn voordat een risicoanalyse wordt uitgevoerd. Deze basisvoorwaarden worden vaak prerequisite programmes of PRP's genoemd.
Voor opslag- en distributiebedrijven gaat het bijvoorbeeld om:
- onderhoud van gebouwen, voertuigen en apparatuur;
- veilige opslag en behandeling van producten;
- beheersing van de koudeketen;
- schoonmaak en desinfectie;
- plaagdierbeheersing;
- allergenenbeheersing;
- persoonlijke hygiëne;
- verwerking van schade, afval en retouren;
- goedkeuring van leveranciers en onderaannemers;
- opleiding en instructie van medewerkers.
De belangrijkste verandering is dat deze programma's aantoonbaar moeten aansluiten op de HARA- of HACCP-analyse. Het bedrijf moet kunnen uitleggen welke risico's door de basisvoorwaarden worden beheerst en hoe wordt gecontroleerd of de maatregelen goed werken.
Niet elke maatregel hoeft formeel gevalideerd te worden. Waar validatie wel relevant is, moet je de werking ervan verifiëren en de maatregel periodiek beoordelen.
3. Duidelijkere contracten met dienstverleners en onderaannemers
Bedrijven moeten hun afspraken met externe dienstverleners en onderaannemers nauwkeuriger vastleggen.
In contracten of specificaties moet duidelijk staan:
- welke dienst wordt geleverd;
- welke productveiligheidsrisico's daarbij horen;
- welke opslag- en transportvoorwaarden gelden;
- welke temperatuurgrenzen moeten worden aangehouden;
- hoe producten moeten worden beveiligd;
- welke producten van elkaar gescheiden moeten blijven;
- welk voertuigtype of welke apparatuur nodig is;
- hoe de traceerbaarheid wordt gewaarborgd.
Waar nodig moeten ook chemische, microbiologische, fysische en allergene eisen worden opgenomen. Voedselveiligheidscriteria moeten op passende wetenschappelijke uitgangspunten zijn gebaseerd.
Onderaannemers moeten minimaal volgens hetzelfde niveau werken als de BRCGS-gecertificeerde locatie. Ook aanvullende eisen van klanten of merkeigenaren moeten in de afspraken worden verwerkt.
4. Meer aandacht voor deskundigheid bij productfraude
Bedrijven die producten opslaan of distribueren, moeten beoordelen hoe kwetsbaar hun activiteiten zijn voor productfraude. Denk bijvoorbeeld aan vervalste producten, bewuste vervanging of handel in producten waarvan de herkomst niet betrouwbaar is.
De persoon of het team dat deze beoordeling uitvoert, moet aantoonbare kennis hebben van:
- de principes van productfraude;
- methoden voor risico- en kwetsbaarheidsbeoordeling;
- de betrokken producten;
- de leveranciers- en distributieketen;
- relevante marktontwikkelingen.
BRCGS schrijft niet voor dat iedereen een specifieke externe opleiding moet volgen. Deskundigheid kan ook blijken uit interne training, ervaring en de kwaliteit van de uitgevoerde beoordeling.
Een multidisciplinair team kan hierbij waardevol zijn. QA kent de beoordelingsmethode, inkoop ziet afwijkende prijzen of leveringsproblemen en de goederenontvangst weet wat er daadwerkelijk binnenkomt.
5. Meer aandacht voor interne en externe dreigingen
Ook de beoordeling van productbeveiliging, vaak aangeduid als product defence, wordt aangescherpt.
De dreigingsanalyse moet zowel interne als externe dreigingen omvatten. Denk aan:
- moedwillige verontreiniging;
- sabotage;
- onbevoegde toegang;
- diefstal of manipulatie;
- misbruik door eigen of ingehuurd personeel;
- risico's tijdens opslag en transport.
De analyse moet minimaal jaarlijks worden beoordeeld. Een extra beoordeling is nodig wanneer een nieuwe dreiging bekend wordt of wanneer zich een incident met productbeveiliging voordoet.
De verantwoordelijke medewerkers moeten de principes van product defence kennen en begrijpen welke risico's bij de locatie, producten en logistieke activiteiten horen.
6. Veilige opslag van apparatuur
BRCGS kijkt niet alleen naar het ontwerp en gebruik van apparatuur. Ook de staat en opslag ervan moeten voorkomen dat producten worden beschadigd of verontreinigd.
Apparatuur moet daarom:
- geschikt zijn voor het beoogde gebruik;
- goed kunnen worden gereinigd;
- in goede staat verkeren;
- schoon en beschermd worden opgeslagen;
- geen schuilplaats voor ongedierte vormen.
Bij verplaatsbare apparatuur kan het nodig zijn om het gebruik tot bepaalde zones te beperken. Daarmee wordt voorkomen dat apparatuur verontreiniging vanuit de ene omgeving naar een andere omgeving overbrengt.
7. Duidelijkere eisen voor reinigingsmateriaal
Ook reinigingsmateriaal krijgt extra aandacht.
Schoonmaakgereedschap moet:
- hygiënisch zijn ontworpen;
- geschikt zijn voor het beoogde doel;
- geen vezels of andere materialen loslaten;
- herkenbaar zijn voor het bedoelde gebruik;
- na gebruik worden gereinigd;
- hygiënisch en van de vloer worden opgeslagen.
Een bedrijf kan bijvoorbeeld kleurcodering gebruiken om aan te geven welk gereedschap in welke ruimte mag worden gebruikt. BRCGS schrijft geen specifieke methode voor, zolang het gekozen systeem maar duidelijk en effectief is.
8. Bestraling wordt toegevoegd aan de regels voor bijzondere processen
De BRCGS-standaard bevat al eisen voor activiteiten zoals koelen, invriezen, tempereren, ontdooien en hogedrukbehandeling van voorverpakte producten. Vanaf 10 augustus 2026 wordt ook bestraling expliciet aan dit onderdeel toegevoegd.
Bedrijven die zo'n proces uitvoeren, moeten werken volgens de specificaties van de producteigenaar. Relevante procesparameters, zoals temperatuur, druk of stralingsdosis, moeten worden bewaakt.
Daarbij zijn automatische alarmsystemen vereist of, waar dat passend is, voldoende frequente handmatige controles.
Bedrijven die zelf geen bestraling uitvoeren, doen er goed aan te controleren of een uitbestede dienstverlener dit mogelijk wel doet.
Deze 11 oudere statements blijven ook van kracht
Naast de negen nieuwe verduidelijkingen bundelt SD404 versie 8.1 ook elf eerder gepubliceerde statements die nog steeds gelden. Een kort overzicht als naslag:
- Trimmen van vers fruit of groenten om esthetische redenen kan enkel via een ontheffing, en alleen voor sites die nog gecertificeerd zijn onder Issue 3.
- Sites met een transport only-scope mogen voortaan het BRCGS S&D-logo gebruiken.
- Voor wholesale merkproducten geldt een nieuwe sectie fraudebeheersing, met een verplicht kwetsbaarheidsbeoordelingsplan voor leveranciers.
- De regels rond sanitaire voorzieningen en haarnetjes bij open producthantering zijn verduidelijkt en risicogebaseerd.
- Overstappen naar een andere certificatie-instelling voor een vervroegde herauditering kan enkel na voorafgaande goedkeuring van BRCGS.
- Het onaangekondigde auditvenster is verkleind van 9 naar 4 maanden, en het aantal niet-auditdagen van 15 naar 10.
- De certificaatgeldigheid is verkort: van 18 naar 12 maanden voor grade AA-B, en van 12 naar 6 maanden voor grade C-D.
- Voor de Cross-Docking module geldt een eigen puntensysteem voor non-conformiteiten.
- De verantwoordelijkheid van de site om een onaangekondigde audit binnen het venster mogelijk te maken, is verduidelijkt.
- Er gelden specifieke regels voor het wisselen van certificatie-instelling buiten het venster van 4 maanden.
- Een 'initiële audit' is opnieuw gedefinieerd als de eerste audit op een site, of een audit na een onderbreking van meer dan 24 maanden.
Wat moet je vóór 10 augustus 2026 regelen?
BRCGS-gecertificeerde opslag- en distributiebedrijven kunnen zich met de volgende stappen voorbereiden:
- Bepaal welke nieuwe eisen op de locatie van toepassing zijn.
- Vergelijk de eisen met bestaande procedures en werkwijzen.
- Interview medewerkers om te controleren of zij hun verantwoordelijkheden begrijpen.
- Verbind de basisvoorwaarden aantoonbaar met de HARA- of HACCP-analyse.
- Controleer contracten met leveranciers, dienstverleners en onderaannemers.
- Leg de deskundigheid van de teams voor productfraude en product defence vast.
- Inspecteer apparatuur en schoonmaakgereedschap op geschiktheid, identificatie en opslag.
- Controleer bijzondere processen, waaronder eventuele uitbestede bestraling.
- Bewaar registraties van procesparameters minstens gedurende de houdbaarheidstermijn van het product plus één jaar, zodat ze bruikbaar zijn als onderbouwing bij een eventueel due diligence-verweer.
- Leg per eis vast met welke documenten, registraties en praktijksituaties de naleving tijdens de audit kan worden aangetoond.
Niet alleen documenten aanpassen
De wijzigingen vragen om meer dan het actualiseren van een handboek. De auditor zal willen vaststellen of de maatregelen werkelijk functioneren.
De centrale vraag wordt daarom: kan de organisatie aantonen dat medewerkers, procedures, contracten en dagelijkse werkzaamheden samen zorgen voor veilige opslag en distributie?
Bedrijven die dat vóór 10 augustus 2026 goed organiseren, verkleinen hun auditrisico en versterken tegelijkertijd de beheersing van hun logistieke processen.
Bron: BRCGS - officiële aanvullingen op de Global Standard Storage and Distribution Issue 4.
Hulp nodig bij je BRCGS-audit?
Wil je zeker zijn dat jouw opslag- of distributielocatie klaar is voor deze nieuwe BRCGS-eisen? Onze experts begeleiden je bij BRCGS-implementatie en helpen je bij audits en inspecties. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.